28 november 2017

Autismebegeleiding? Janita ter Haar geeft tips

Autisme loopt als een rode draad door het leven van Janita ter Haar (52), zzp’er via PIDZ Zwolle. Eerst als Z-verpleegkundige, daarna met haar nu 22-jarige zoon en sinds vorig jaar oktober via haar eigen praktijk, Auticoach Tiro. Ze kent de kneepjes van het vak en kan als geen ander collega’s van tips voorzien.

Wat is er veranderd aan de manier van autismebegeleiding in die dertig jaar?

“Gedurende mijn opleiding was het een defect en zat het in de genen. Nu gaan we ervan uit dat het een vertraging en versnelling van ontwikkeling is. Ik merk dat veel mensen meer vanuit een probleem begeleiden en niet vanuit de kracht van de persoon. Door juist op die laatste manier te werk gaan, krijg je mooie resultaten. Zeker ook omdat niet iedereen hetzelfde is. De een vindt het spannend maar leuk om naar de markt te gaan. De ander wordt er kriebelig van. Wie zijn wij om dat er doorheen te drukken? Je mag verschillen gaan omarmen, vind ik, en niet blindstaren op plan A want ook het alternatief is belangrijk.”

Waar dien je op te letten bij autismebegeleiding?

“Een aantal dingen. Maar het belangrijkste is dat je rustig binnenkomt. Geef een hand als het kan, wees duidelijk en doe wat je zegt. Gebruik niet te veel woorden, want vaak vinden mensen met autisme een eerste ontmoeting erg spannend. In de meeste gevallen sta je al met 2-0 achter, omdat diegene al meerdere begeleiders voor zijn of haar neus heeft gehad. Ik zeg altijd dat ik het autisme niet uit de persoon kan halen, maar wel handvatten kan aanreiken om met hun diagnose om te gaan. Ik haal graag de mens naar voren, niet de beperking die hij of zij heeft. Dat kan al door goed te luisteren en door te vragen.”

Ter Haar schetst een voorbeeld. Zelf gebruikt ze drie kleuren om de fases van overprikkeling aan te geven, die regelmatig voorkomen bij mensen met autisme: groen (prettig gevoel), oranje en rood (zwaar overprikkeld). “Het is moeilijk om te signaleren bij mensen met autisme in welke fase zij zitten. Dat kunnen ze lastig aangeven. Als de cliënt ontspannen is, ga ik met diegene in gesprek. Wat werkt voor jou om weer tot rust te komen, als je in de oranje of rode fase zit? Zo leren zij zichzelf beter kennen. Ik denk dat deze werkwijze ook kan helpen bij zorginstellingen. Deze schema’s zijn veelal aanwezig, maar worden amper gebruikt. De zorgverleners weten vaak niet van het bestaan af. Laat staan dat de cliënten dat weten.”

Wat kun je beter niet doen?

“Dat verschilt per persoon natuurlijk. De een kan bijvoorbeeld wel tegen grapjes, de ander juist niet. Dat zie je op de manier hoe ze reageren. Leg jouw manier van leven niet op. Zo zijn de regels en daaraan moet een ander voldoen? Nee, dat werkt echt niet. Laat de mensen in hun waarde, dat wordt écht gewaardeerd. Dat betekent niet dat je kinderlijk met ze om moet gaan. Mijn zoon heeft het daar weleens over. Als hij vertelt dat-ie autisme heeft, gaan mensen heel anders tegen hem praten, alsof hij een twaalfjarige is. Heel kinderlijk. Hij begrijpt echt wel wat je zegt.”

Wat vinden mensen met autisme prettig?

“Als je duidelijk bent. Niet B doen als je A zegt. Daar kunnen ze niet goed tegen. Ze vinden het ook fijn als je hen laat uitpraten en stiltes niet opvult. Een cliënte van mij laat altijd lange stiltes vallen als ze de informatie verwerkt. Normaal, buiten mijn werk om, ratel ik altijd door, bij haar blijft het soms anderhalve minuut muisstil. Daarna kunnen we weer verder met het gesprek. Ga normaal met ze om, maar doe bijzonder als de situatie erom vraagt. Als iemand bijvoorbeeld van woonlocatie verandert, laat diegene dan alles ervaren en leg uit waarom je denkt dat het beter voor hem of haar is.”

 Welk verschil zit in de benaderingswijze tussen jongeren en ouderen?

“Jongeren zijn nog volop in ontwikkeling en geef je dus handvatten. Ouderen hebben geleerd om te handelen in bepaalde situaties. Zij kunnen moeilijker met veranderingen omgaan. Als iemand naar een verzorgingshuis gaat, is het belangrijk om alles te laten zien, van de wc tot de woonkamer en van de eigen kamer tot de lift. Neem er de tijd voor, zodat de mensen de ruimte ‘eigen’ kunnen maken. Dan zijn ze meer op hun gemak.”

Begeleid jij naasten ook?

“Ja. Hen leg ik altijd het principe van Gijs Horvers uit. Hij is ervaringsdeskundige en heeft zelf een vorm van autisme. Gijs zegt dat het leven net een brug is. Aan de ene kant staan de mensen met autisme, aan de andere kant de mensen die de diagnose niet hebben. Vaak gaat de laatste groep de brug helemaal over. Een enkeling met autisme wil dat ook, de rest niet. Het mooiste zou zijn om elkaar halverwege te ontmoeten, dan ben je gelijk aan elkaar. Dat probeer ik naasten uit te leggen, zodat ze bewust worden van en kennis krijgen over autisme.”

Terug naar het overzicht


Nieuwsbrief

Bedankt voor het inschrijven voor onze nieuwsbrief. Vanaf nu zullen we je op de hoogte houden omtrent het laatste nieuws van PIDZ.