Zorgprofessionals | Zorginstellingen

Schijnzelfstandigheid bij zzp’ers: wat is het en hoe voorkom je het?

Een man in een kantooromgeving werkt aan documenten met een laptop voor zich

Schijnzelfstandigheid is voor zzp’ers een belangrijk begrip. Ook voor zzp’ers in de zorg. Schijnzelfstandigheid is namelijk een situatie die je absoluut wilt voorkomen. Want als de Belastingdienst bepaalt dat jouw arbeidsrelatie met je opdrachtgever een verkapt dienstverband is, dan heeft dit nogal wat gevolgen. Voor jou als zzp’er en voor jouw opdrachtgevers. In dit artikel leggen we uit wat schijnzelfstandigheid precies is en hoe je het zowel als zzp’er als zorginstelling voorkomt.

Inhoudsopgave:

Wat is schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid, ook wel bekend als verkapt dienstverband of (fictieve) dienstbetrekking, is een term die gekoppeld is aan de wet DBA. Eenvoudig gezegd, is schijnzelfstandigheid de situatie waarin je op papier als zelfstandige te werk gaat bij een opdrachtgever, maar je arbeidsrelatie met de opdrachtgever in de praktijk wijst op een loondienstverband.   

De Belastingdienst controleert op schijnzelfstandigheid. Hierbij gaat het altijd om een beoordeling van de feitelijke situatie op de werkvloer voor zzp’ers en wordt er gekeken naar de soort overeenkomst die er is afgesloten met een zorginstelling. Volgens het Burgerlijk Wetboek kun je drie soorten overeenkomsten sluiten. Dat zijn:

  • Een arbeidsovereenkomst en daarmee ben je in loondienst;
  • Overeenkomst op basis van opdracht. Dit is de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en zzp’ers;
  • Overeenkomst op basis van aanneming van werk. Dit is een overeenkomst waarbij je buiten een dienstbetrekking iets maakt van stoffelijke aard. Denk aan het bouwen van een huis of het aanleggen van een tuin. In de zorg komt deze arbeidsrelatie niet voor


Wijkt je gedrag op de werkvloer af van wat er in je Overeenkomst van Opdracht staat? Dan wordt er dus gekeken naar hoe een zzp’er zich op de werkvloer presenteert.

Wanneer is een zzp’er een zzp’er?

De grote vraag is dus: wanneer is een zzp’er écht een zzp’er? En wanneer niet? Daar zijn geen strakke richtlijnen voor. Maar aan de hand van uitspraken van rechters hebben we toch geprobeerd een profiel op te stellen. Zo wordt er onder andere gekeken naar:

Hoe meer een zzp’er werkt, hoe meer dat duidt op ondernemerschap. Werkt een zelfstandige slechts enkele uren per maand? Dan valt dat in de categorie ‘resultaat uit overige werkzaamheden’.

Een ondernemer herken je aan investeringen in de eigen onderneming. Denk aan investeringen in zaken als een auto, laptop of eigen kantoor.

Hoe meer omzet een zzp’er maakt, hoe meer dat neigt naar ondernemerschap. Een ondernemer heeft gemiddeld een omzet vanaf zo’n 20.000 euro per jaar.

Van een ondernemer mag je verwachten dat er winst gemaakt wordt. Wanneer een zelfstandige geen winst maakt, is de onderneming niet rendabel en is hij of zij geen ondernemer.

Een zzp’er is een zzp’er als hij of zij ondernemersrisico’s loopt. Een medewerker in loondienst wordt niet direct ontslagen als hij een fout maakt; een ondernemer loopt dat risico wel. Maar als ondernemer loop je bijvoorbeeld ook het risico dat er geen opdrachten binnenkomen of dat facturen niet worden betaald.

Hoe zelfstandiger een zzp’er onderneemt, hoe meer dat duidt op ondernemerschap.

Van een ondernemer mag je verwachten dat hij/zij veel tijd in zijn of haar onderneming stopt. Een ondernemer heeft die tijd tenslotte nodig om voldoende omzet te kunnen maken.

Als een zzp’er regelmatig actief op zoek gaat naar nieuwe opdrachten, wordt hij of zij eerder omschreven als ondernemer.

Hoe meer opdrachtgevers een zelfstandige heeft, hoe meer dat neigt naar ondernemerschap.

Let op: het is een fabel dat een zzp’er minstens drie opdrachtgevers in 12 maanden moet hebben. Ook als een zelfstandige er meerdere heeft, maar hij of zij te afhankelijk is van één van die opdrachtgevers, wordt die persoon waarschijnlijk niet direct als zelfstandige gezien. Dit is ook afhankelijk van alle andere omstandigheden zoals hierboven beschreven.

Gevolgen van schijnzelfstandigheid

De overheid ziet schijnzelfstandigheid als een ongewenste situatie, omdat dit voor zowel de opdrachtgever als zzp’er oneerlijke voordelen oplevert ten opzichte van een loondienstverband. Zo hoeft de opdrachtgever geen loonbelasting en werknemersverzekeringen te betalen. Daarnaast wordt de schijnzelfstandige niet beschermd door het arbeidsrecht – denk aan het doorbetalen bij ziekteverzuim of vakanties en regels rond ontslag.  

Wanneer de Belastingdienst jouw arbeidsrelatie met jouw opdrachtgever heeft gecontroleerd en heeft bepaald dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, dan wordt je arbeidsrelatie omgezet in een loondienstverband. Dit betekent onder andere dat zowel jij als je opdrachtgever sociale premies en pensioen moeten afstaan. En jouw omzet wordt omgezet naar loon uit arbeid. In geval van kwaadwillendheid bij de opdrachtgever, kan deze ook nog een boete krijgen. Vooralsnog geldt dit niet voor zzp’ers.

Hoe voorkom je schijnzelfstandigheid als zzp’er?

We hebben al eerder geschreven over de wet DBA en hoe je kunt voldoen aan de eisen van deze wet. Twee belangrijke tips die we zzp’ers mee willen geven:  

1. Voorkom een gezagsverhouding tussen jou en je opdrachtgever.  
Een simpele vuistegel: je opdrachtgever bepaalt wát je doet, jij bepaalt hoé je het doet. Daarmee voorkom je dat je opdrachtgever een sturende rol inneemt, wat de basis is voor een gezagsverhouding.

2. Presenteer je als zzp’er.
Je bent een zelfstandige met je eigen bedrijf. Dat moet je ook op de werkvloer laten zien. Draag bijvoorbeeld je eigen kleding met logo, bepaal je eigen uurtarief en regel zelf vervanging als je de opdracht toch niet kunt uitvoeren.

Meer over het voorkomen van schijnzelfstandigheid lees je in ons kennisbankartikel De wet DBA in een notendop uitgelegd.  

Loop je als zzp’er via PIDZ risico op schijnzelfstandigheid?

Die vraag wordt regelmatig aan ons gesteld. Als zzp’er in de zorg ben je nooit risicoloos. Risico lopen is tenslotte onderdeel van het zelfstandig ondernemerschap. Wel kun je er bij PIDZ vanuit gaan dat we alles in het werk stellen om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Zo worden ontwikkelingen op het gebied van wetgeving continu bijgehouden door onze juridische afdeling. En waar nodig passen we de Overeenkomst van Opdracht in ons systeem aan. En we doen er alles aan om zorginstellingen en zzp’ers in de zorg te informeren over dit onderwerp.   

Hoe voorkom je schijnzelfstandigheid als zorginstelling?

Kun je, gekeken naar de wetgeving, als zorginstelling nog samenwerken met zzp’ers? Het antwoord hierop is: ja. Maar je moet hier wel actief mee aan de slag gaan in samenwerking met de zzp’er en eventueel het bemiddelingsbureau in de zorg. Het is zaak je arbeidsrelaties en onderliggende contracten goed te regelen. Wil je controleren hoe de situaties op jouw werkvloer is? Volg dan deze 4 stappen.

  • Zet de feitelijke situatie binnen jouw organisatie op een rij. Welke contracten zijn actief? Hoe wordt er op de werkvloer samengewerkt met zzp’ers;
  • Ga dit fiscaal analyseren en deel iedere relatie in in een groene, oranje of rode categorie;
  • Beslis hoe je rode en oranje arbeidsrelaties wilt aanpakken;
  • Implementeer je beslissingen:
    • Pas waar nodig de cultuur binnen je organisatie aan wanneer het gaat om de manier van samenwerken met zzp’ers.
    • Controleer je overeenkomst met de intermediair, wanneer je er met een samenwerkt voor de inzet van zzp’ers.
    • Leg de modelovereenkomst voor aan de
    • Belastingdienst.
      Vraag een ‘beschikking geen verzekeringsplicht’ aan.
    • En anticipeer op toekomstige wijzigingen. Wacht niet totdat het te laat is.


Kortom, als je alert bent op de signalen die wijzen op schijnzelfstandigheid en hier proactief mee aan de slag gaat, kun je als zzp’er of zorginstelling voorkomen dat je in de problemen komt met de belastingdienst.

meld je aan voor
onze nieuwsbrief