Zorgprofessionals kiezen er steeds vaker voor hun werkzaamheden niet meer in loondienstverband uit te voeren. Zij houden van hun werk en hebben een groot hart voor de zorg, maar de betrokkenheid richting de zorginstelling kan beter. Hoe kunnen zorginstellingen zorgprofessionals boeien en binden zodat de betrokkenheid naar de zorginstelling vergroot? Het antwoord: goed werkgeverschap.
In de rubriek “Goed werkgeverschap, zo pak je dat aan!” inspireert expert Sjanne Marie van den Groenendaal je iedere maand over hoe je goed werkgeverschap concreet vormgeeft in de praktijk van jouw zorginstelling. Deze maand: de rol van de leidinggevende.
Wil je werk maken van jouw leiderschapsstijl? In onze hand-out lees je nog eens welke stijlen er zijn en hoe je kunt groeien naar delegerend leidinggeven.
Goed Werkgeverschap: de rol van de leidinggevende
De toenemende krapte op de arbeidsmarkt en het tekort aan personeel in de zorgsector maakt dat het vandaag de dag nog belangrijker is geworden actie te ondernemen op vlak van Goed Werkgeverschap. Goed Werkgeverschap wordt gezien als dé sleutel om het tekort aan zorgprofessionals aan te pakken. Maar hoe realiseer je ‘Goed Werkgeverschap’ in de praktijk
Belangrijke rol van de leidinggevende
Als werkende op de arbeidsmarkt ben je de architect van je eigen loopbaan. Dat betekent dat zorgprofessionals zelf de regie in handen hebben om ervoor te zorgen dat ze duurzaam inzetbaar zijn. Hoewel deze verantwoordelijkheid vooral rust op de schouders van het individu blijkt uit onderzoek dat leidinggevenden hierin ook een belangrijke rol hebben. Zo kunnen leidinggevende een wezenlijk verschil maken in hoe zorgprofessionals het werken in de zorg ervaren en bouwen aan hun duurzame inzetbaarheid. Welke leiderschapsstijlen bestaan er en hoe weet je welke leiderschapsstijl het meest effectief is?
Leiderschapsstijlen
Welke leiderschapsstijl het meest effectief is, hangt af van de werkcontext en de behoeften van het team waarvoor de leidinggevende verantwoordelijk is. Je zou kunnen zeggen dat een goede leidinggevende zich flexibel opstelt en in staat is zich aan te passen aan de situatie. Een zorgprofessional die nieuw is in de organisatie of het team zal meer behoefte hebben aan een sturende leidinggevende. Terwijl een zorgprofessional die al jaren in de organisatie werkt en een rijke werkervaring heeft meer behoefte zal hebben aan een leidinggevende die veel vrijheid geeft om het werk uit te voeren.
Een inkijkje in de wetenschap: situationeel leiderschap
Een leiderschapsstijl die is afgestemd op de werkcontext wordt ook wel situationeel leiderschap genoemd. Er wordt hierbij van uit gegaan dat er geen ‘one size fits all’ benadering bestaat als het gaat om leidinggeven. Binnen de term situationeel leiderschap wordt onderscheid gemaakt tussen vier leiderschapsstijlen waarin de leidinggevende zich kan bewegen. Deze vier leiderschapsstijlen verschillen in de mate waarin de leidinggevende focust op duidelijke instructies voor het uitvoeren van de werkactiviteit (d.w.z. sturend gedrag) en de mate waarin er aandacht is voor persoonlijke ondersteuning (d.w.z. ondersteunend gedrag):
Sturend leiderschap: hoog op sturen vs. laag op ondersteunen
Sturend leiderschap kenmerkt zich door een hoge mate van structuur, controle en directieve communicatie. Er is een sterke focus op de output en is bedoeld om een duidelijke richting te bepalen. Deze leiderschapsstijl is effectief bij het aansturen van nog onervaren zorgprofessionals die wegwijs moeten worden gemaakt in het vak en/of de organisatie. Omdat de focus vooral ligt op het realiseren van de gewenste output is het bij sturend leiderschap belangrijk dat er een goede balans is tussen resultaatgerichtheid en persoonlijke verbinding tussen de leidinggevende en de zorgprofessionals.
Coachend leiderschap: hoog op sturen vs. hoog op ondersteunen
Bij coachend leiderschap is de leidinggevende er vooral op gericht ervoor te zorgen dat de zorgprofessionals zelfstandig het werk kunnen gaan uitvoeren. De leidinggevende zal zich als coach opstellen. Zo worden de zorgprofessionals meer en meer betrokken bij besluitvorming en ontstaat er ruimte om gezamenlijk te brainstormen en te discussiëren. Deze leiderschapsstijl is effectief in een werkcontext waarin de leidinggevende steeds meer kan vertrouwen op de expertise van de zorgprofessionals. Doordat zorgprofessionals meer betrokken zijn in de besluitvorming is het belangrijk rekening te houden met het feit dat het nemen van beslissingen daardoor meer tijd kan kosten.
Steunend leiderschap: laag op sturen vs. hoog op ondersteunen
Omdat er bij steunend leiderschap vanuit wordt gegaan dat de zorgprofessionals in staat zijn hun werk naar behoren uit te voeren, is de leidinggevende er vooral om een oogje in het zeil te houden. Hierdoor ontstaat er bij steunend leiderschap meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van de zorgprofessionals. De leidinggevende heeft een sterk oog voor ieders kwaliteiten en talenten en stuurt zo veel mogelijk aan op het doen van werk waar de zorgprofessionals energie van krijgen. Hoewel het over het algemeen een tijdje duurt voordat ieders sterke punten in kaart zijn gebracht, blijkt uit onderzoek dat deze leiderschapsstijl een positief effect heeft op de betrokkenheid en werkgeluk van de individuele zorgprofessionals.
Delegerend leiderschap: laag op sturen vs. laag op ondersteunen
Bij delegerend leiderschap heeft de leidinggevende een ‘laissez-fair’ benadering. De taak van de leidinggevende ligt meer in het scheppen van kaders en vervult de rol van ‘sparringpartner’. De zorgprofessionals krijgen optimale vrijheid om het werk uit te voeren en er zijn weinig richtlijnen voor hoe er wordt (samen)gewerkt. De zorgprofessionals ervaren een hoge mate van autonomie in het werk en hebben de ruimte voor het uitvoeren van creatieve ideeën. Hoewel de leidinggevende met deze leiderschapsstijl veel vertrouwen heeft in het team is het belangrijk af te tasten in hoeverre de individuen zich comfortabel voelen met deze grote mate van vrijheid en de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat om het werk goed uit te voeren.
Welke leiderschapsstijl is het meest effectief?
Om te onderzoeken welke leiderschapsstijl het beste past bij het team of individuele zorgprofessional kan de leidinggevende zich de volgende vragen stellen:
In hoeverre hebben de zorgprofessionals voldoende motivatie om het werk uit te voeren?
Van sturen, coachen, steunen naar delegeren
Zorgprofessionals geven over het algemeen aan dat ze behoefte hebben aan meer autonomie in het uitvoeren van hun zorgtaken. Het kan dan ook waardevol zijn om als leidinggevende te verkennen hoe je van een meer sturende, coachende of steunende leiderschapsstijl kunt bewegen naar een meer delegerende leiderschapsstijl. Om het zorgteam voor te bereiden op een delegerende leiderschapsstijl kan de leidinggevende de volgende stappen zetten: