Odeaandezorg_Logo_Horizontaal_blauw

‘Tegen een cliënt zeggen dat je het even niet weet, dát is kwetsbaar’

Met meer vertrouwen en plezier naar je werk en óók nog minder hard werken? Klinkt simpel, maar zo eenvoudig is dat niet. Uit eigen ervaring weet klinisch psycholoog Maaike van Irsel (42) dat als geen ander. Ze wil graag zorgprofessionals helpen. “Je zult alleen nooit een superzorgprofessional worden met een rode cape.”

Aan haar keukentafel vertelt Maaike openhartig over haar eigen perfectionisme, de zoektocht naar de persoon die ze graag wil zijn, het tonen van kwetsbaarheid en ook over de ideeën die ze heeft als onderneemster. “Ik ben helemaal niet van de projecten van de lange adem en denk regelmatig: ik kap ermee.” 

Toch zet de Brabantse door. Ze ontwikkelt momenteel online videomodules waarin ze zorgprofessionals handvatten geeft om een beter beeld van zichzelf te krijgen, waardoor ze meer zelfvertrouwen en werkplezier ervaren én uiteindelijk een betere behandelaar worden. “En dan hoop ik ook dat we wat meer met een knipoog in het leven gaan staan, want het leven is al zo serieus”, vertelt Maaike opgewekt. 

"Ik was helemaal niet bezig met de cliënt. Ik luisterde niet, was vooral bezig om mijzelf te bewijzen."

Ze verzekert overigens dat haar modules niet gelden als therapie. “Juist niet. Het zijn ook geen tips voor zelfzorg, zoals ademhalingsoefeningen, gezond eten of op tijd naar bed gaan. Dat wiel ga ik niet nog eens uitvinden. Het is vooral bedoeld om er preventief voor te zorgen dat het welzijn oké blijft.” Over zelfzorgtips heeft Maaike eerder een e-book geschreven, Van overdrive naar ontspanning, en ze maakt ook een podcast waarin ze tips geeft over het combineren van kennis met kwetsbaarheid en compassie.

Niet luisteren naar de cliënt

Waar komt de drang vandaan om collega’s te helpen? Bij de vragen die zij zichzelf stelt op haar 24ste als ze bij Novadic-Kentron begint als psycholoog: na zes jaar studeren moet het toch wel lukken om de theorie toe te passen in de praktijk? “Maar ik was helemaal niet bezig met de cliënt. Ik luisterde niet, was vooral bezig om mijzelf te bewijzen. Als het niet lukte, dacht ik: nou ja, ze zijn niet gemotiveerd, hebben onvoldoende ziektebesef, dat soort dooddoeners eigenlijk.”

Het komt door haar perfectionisme, die haar onzeker maakt. “Ik ben echt reteperfectionistisch”, benadrukt ze. “En de ellende daarvan is dat je brein nooit zal toestaan dat jij jezelf als perfect ziet. De lat komt steeds hoger te liggen. Het is een utopie waar je heel veel energie in steekt.” Een 10 op school moest altijd een 11 zijn en ook nu nog vergelijkt ze zich soms met mensen die veel meer ervaring hebben dan zij. 

Om haar onzekerheid te compenseren vergaart Maaike kennis. Heel veel kennis. Als klinisch psycholoog heeft ze in haar vakgebied het hoogst haalbare bereikt, maar toch geeft dat niet direct voldoening. Het zorgt juist voor twijfels. Ze gaat op zoek naar zichzelf en vraagt zich af: wie ben ik nu en wie wil ik zijn? 

Zoektocht die 25 jaar duurt

Het is een zoektocht die begint op de middelbare school en vijf jaar geleden eindigt, als ze 37 jaar oud is. “Maar eigenlijk weet ik dat het een ongoing proces is en dat is ergens ook een geruststelling. Je bent nooit af”, vertelt Maaike, terwijl ze een slok van haar thee drinkt. “Ik ben in ieder geval gestopt met te doen alsof dat wel zo is.”

Maaike heeft tijdens die zoektocht heel veel twijfels, erkent ze, als beginnend psycholoog. “Doe ik het wel goed genoeg, wat zullen ze wel niet van me denken en waarom zouden ze iets van mij aannemen? Ik was nog zo jong. Dus dan ga je nóg harder je best doen en daardoor merkte ik dat ik helemaal geen contact had met degene die tegenover mij zat, omdat ik alleen bezig was met bedenken: hoe kan ik jou nu het beste helpen?”

“De werkdruk is hoog, de zorgvraag wordt steeds complexer en de wachtlijsten zijn veel te lang. Dat heeft zijn weerslag op hoe jij ’s ochtends naar je werk gaat."

Dat zorgt voor druk, iets wat ze dus bijna twintig jaar later inmiddels kan relativeren. “Je leert dat jijzelf het állerbelangrijkste instrument bent. Dat klinkt heel mooi en is ook bedoeld, maar zorgt wel voor hoge verwachtingen. Als iemand niet opknapt of de klachten verergeren dan ga jij misschien bij jezelf denken: goh, ik heb het blijkbaar niet goed gedaan, terwijl jijzelf het allerbelangrijkste instrument bent en dat instrument werkt dan niet.”

Een huilende psycholoog helpen

Het gesprek is nog geen vijf minuten onderweg en dan vertelt Maaike een anekdote over eerder deze ochtend. Ze heeft met een psycholoog gesproken die huilend vertelt over een heftige situatie op het werk en met dezelfde vragen zit als Maaike in het begin van haar carrière. “Je trekt jezelf constant in twijfel en dat is een trend die ik al jaren zie, vaak bij jonge vrouwen met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel én hoge eisen.” 

Dit soort gesprekken zijn voor haar heel waardevol. “De werkdruk hoog, de zorgvraag wordt steeds complexer en de wachtlijsten zijn veel te lang. Dat heeft zijn weerslag op hoe jij ’s ochtends naar je werk gaat”, weet Maaike. Met nadruk: “Als jij zelf bijna bezwijkt onder die werkdruk, dan ga je kijken naar het verlangen wat eronder zit en dan kom je eigenlijk constant terug op hetzelfde: je wil je werk met vertrouwen én plezier doen.” Daarom is ze zo gedreven om collega’s te helpen.

Kwetsbaarheid tonen

Kwetsbaarheid tonen is daarin ook belangrijk, schetst Maaike. Een onderwerp waar volgens onderzoeker Simona Karbouniaris vooral bij psychotherapeuten en psychiaters een taboe op heerst. 

Maaike definieert kwetsbaarheid als volgt: “Een cliënt komt bij jou en heeft de verwachting dat jij kunt helpen. Als behandelaar voel je die druk, want iemand is na maanden wachten eindelijk aan de beurt. Dan is het echt lastig om te durven zeggen: ‘Sorry, dit weet ik eigenlijk ook even niet. Dat zou ik even moeten uitzoeken.’ Hoe vaak zou je dat doen? Volgens mij bijna nooit, want je hebt dan het gevoel tekort te schieten. Maar door dat wél te doen, toon jij je kwetsbaarheid.”

“Je leest overal dat organisaties tijd willen steken in het verbeteren van het mentale welzijn van de zorgprofessionals, maar daar heb ik dus moeite mee."

Deze kwetsbaarheid omarmt Maaike inmiddels zelf. Ze wil anderen de boodschap meegeven dat perfectie simpelweg niet bestaat. “Jij zult nooit een superzorgprofessional met een rode cape worden. Iedereen heeft zijn kwetsbaarheden en valkuilen, die maken jou mooi als mens. Maar je kunt wel de scherpe randjes eraf halen en leren begrijpen wat je doet in bepaalde situaties. Dat reflecteren, wat ik echt heb moeten leren, zorgt voor openingen met de cliënt, want dan kun je het er met elkaar over hebben: wat gebeurde net? Zo krijg je soms de mooiste gesprekken met iemand.” 

Zinnige zorg

Zinnige zorg. Daar draait het bij Maaike om. “Ik ben nu bijna vijf jaar bij de Kamer van Koophandel ingeschreven en de laatste tijd vraag ik mij steeds vaker af: waarom ook alweer?” Het antwoord volgt direct: “De best mogelijke psychologische en pedagogische zorg bieden aan de mensen die het echt nodig hebben”, benadrukt Maaike. “Tijdig dan ook, hè. Niet als ze bijvoorbeeld al een jaar depressief thuis zitten. De zorgprofessional speelt in de uitvoering van deze zorg een cruciale rol. Vanuit die gedachte wil ik mijn bijdrage leveren, op grotere schaal.”

De cijfers die landelijk bekend zijn en de steeds complexere zorgvraag baren Maaike zorgen. Gegevens overigens die ze zo oplepelt en onder meer zijn uit de monitor Gezond werken in de zorg van Stichting IZZ. “Ik denk niet dat het goed gaat. Maar ik ben geen klokkenluider. Zo zie ik mezelf niet. De cijfers zelf zeggen al genoeg.”

Geen revolutie beginnen

Tijd voor verandering vindt ze het wel. “Je leest overal dat organisaties tijd zouden moeten investeren in het verbeteren van het mentale welzijn van de zorgprofessionals, maar daar heb ik dus moeite mee, want: hoe doen we dat echt? En als je erover begint, dan gaat het al snel over de kosten, want tijd is geld.”

Haar missie is niet om een revolutie te beginnen, maar ze zou het mooi vinden als de mentale gezondheid van zorgprofessionals meer bespreekbaar wordt en aandacht krijgt, iets waar klinisch psycholoog Anneloes van den Broek ook voor strijdt. “Ik wil wel iets moois maken wat helpt voor collega’s, zodat zij hun werk beter en vooral met meer vertrouwen en plezier kunnen doen en daardoor ook een betere zorgprofessional worden. Dát vind ik het allermooiste aan mijn vak”, benadrukt Maaike. Al gebeurt dat slechts in kleine stapjes of bij een enkeling? Een gedachte die bij Maaike zorgt voor een brede glimlach.

Lees ook:

Zoeken