Op een warme julidag werd Harry Rondhuis op een brancard binnengebracht bij revalidatiecentrum Coloriet Laarstaete in Lelystad, “als een dood vogeltje”, zoals zijn vrouw Nicole het beschrijft. Ernstig ziek door slokdarmkanker en afhankelijk van sondevoeding, begon hij aan een zwaar revalidatietraject. Wat toen niemand had durven dromen, gebeurde: vijf weken later liep hij fluitend weer naar buiten. We spreken met Harry, zijn vrouw en de revalidatieverpleegkundigen over zijn reis.
Nicole herinnert zich nog goed hoe ze buiten de wachtlijsten om belde: “Heel brutaal, ik dacht: ik moet het gewoon proberen. Na 28 bestralingen en zes chemokuren wist ik dat ik niet in staat was om de zorg voor mijn man alleen te dragen. Ik wilde bij hem zijn, maar de zorg was te groot.” Gelukkig kwam het verlossende telefoontje: er was plek voor hem. Twee dagen later werd hij met de ambulance naar het revalidatiecentrum gebracht. “Een geoliede machine ging in werking,” zegt Nicole, duidelijk opgelucht.

Janke, een van de verpleegkundigen die Harry begeleidde, kijkt met trots terug op het revalidatietraject. “Harry is een prachtig voorbeeld van hoe we samen werken naar een doel. Hij dacht dat hij het allemaal zelf deed, en dat is precies hoe het hoort te voelen”, vertelt ze lachend, wat een lach teweegbrengt bij iedereen.
“Zijn motivatie was enorm,” vult Barbara aan. “Maar fysiek was het heel zwaar.” Het team werkte stap voor stap richting herstel, met steeds oog voor balans. “Het was geweldig om te zien hoe hij op zijn eigen tempo herstelde,” vertelt Nicole. “Hij kwam gestrekt binnen, maar liep later keurig achter de rollator naar buiten.”
Voor Nicole was het een emotioneel zware periode. “Hij mocht naar huis, maar ik voelde meteen: dit kan ik niet alleen dragen.” Het was een tijd vol zorgen, liefde en soms ook frustratie. “Als hij ziek is, is hij geen makkelijke patiënt,” geeft ze eerlijk toe. “Hij moest leren de regie uit handen te geven, en dat was heel zwaar voor hem. Maar toen hij op een dag zei: ‘Ik ga me niet meer verzetten’, voelde dat als een feestdag voor mij.”
Harry knikt instemmend. “Ik was een lieve jongen, maar had weinig keus om dat te zijn!” Zijn opmerking brengt weer een lach in de kamer. Het is duidelijk dat humor een belangrijke rol speelde in dit proces.

Een van de mooiste momenten voor Harry was toen hij weer mocht eten. “Na negen weken zonder vast voedsel, smaakte die eerste warme maaltijd geweldig! Het eten hier verdient ook echt een compliment”, zegt hij met een knipoog naar zijn vrouw.
Ook het oefenverlof, waarbij Harry weer even naar huis mocht, was bijzonder. “Dat moment dat je buiten zit en beseft hoe ver je bent gekomen”, vertelt Nicole. “We kijken heel positief terug op deze periode. Ik had het voor hem niet beter kunnen regelen.”
Harry sluit af met een dankwoord voor het team: “Ik was soms geen makkelijke patiënt, maar ik heb hier zoveel geleerd. Jullie gaven me de ruimte om op mijn eigen tempo te herstellen, en daar ben ik enorm dankbaar voor.”
“Wij hebben echt prachtig werk”, beaamt Janke. “Het mooiste is om iemand weer gezond naar huis te zien gaan.” Nicole knikt instemmend: “Het is een roeping, en ik ben zo dankbaar dat mijn man hier zo goed verzorgd is. Thuis had ik dit nooit voor elkaar gekregen.”
Dit traject ging niet alleen over fysiek herstel, maar ook over loslaten, vertrouwen en samenwerking. Een proces dat zowel Harry, zijn familie als het zorgteam dichter bij elkaar bracht.