Zorgtechnologie en AI: hoe kunnen robots de zorg redden?

Je hoort het vaak: als we de zorg op peil willen houden, hebben we technologie nodig. Maar kunnen kunstmatige intelligentie, robots en andere hulpmiddelen ook écht op grote schaal het zorgwerk ondersteunen? En wat betekent dat voor zorgorganisaties en professionals? In 3 artikelen kijken we naar mogelijkheden en gevolgen van zorgtechnologie. Deel 1: hoe kan de zorg kansen beter grijpen?

Artificial intelligence (AI) die scans checkt op borstkanker. Een AI-programma dat antwoorden op patiëntenvragen voorbereidt zodat de dokter ze alleen nog maar hoeft te controleren. Een gezelschapsrobot die mensen met dementie helpt met hun dagstructuur. Of een chatbot die iemand precies het gezondheidsadvies geeft wat diegene nodig heeft, gebaseerd op leefstijl en lichaam.

Allemaal voorbeelden van technologie die bepaalde taken in de zorg makkelijker, lichter en minder saai moeten maken. Zodat zorgprofessionals tijd over houden voor andere zaken en in dezelfde tijd meer mensen kunnen helpen. Dat is hard nodig, want het tekort aan werknemers in de zorg groeit de komende jaren alleen maar.

Eén op de drie werknemers

Nu al werkt één op de zeven werknemers in Nederland in de sector zorg en welzijn. Volgens een rapport van de WRR moet in 2040 één op de vier werknemers werkzaam zijn in de zorg, en in 2060 zelfs één op de drie. Als we op dezelfde voet doorgaan tenminste. Volgens onderzoeks- en adviesbureau Gupta komen de ziekenhuis- en ouderenzorg al in 2035 bijna 100.000 zorgprofessionals tekort.

Zorgtaken verlichten

Het goede nieuws is dat er in deze sectoren maar liefst 110.000 werknemers kunnen worden ‘vrijgespeeld’. Kwestie van het goed inzetten van bestaande zorgtechnologieën, volgens de onderzoekers. Die technologische hulp voorkomt dat mensen zorg nodig hebben – bijvoorbeeld door de kans op complicaties te verkleinen. En hij verlicht de taken van zorgmedewerkers. Bijvoorbeeld doordat zij minder tijd kwijt zijn met administratie.

Minister Fleur Agema van Volksgezondheid gelooft er ook heilig in, vertelde ze in een interview met het AD: “Het personeelstekort is groot, maar we kunnen nu ook echt kansen pakken. Met kunstmatige intelligentie kan het gebrek aan arbeidskrachten voor een groot deel opgevangen worden. Ik was laatst bij een ziekenhuis waar ze met hulp van de computer een consult van de specialist in 16 seconden verwerken in plaats van 7 minuten. Een microfoontje op tafel en een AI-tekstverwerker doen het werk, geweldige tijdwinst!”

"Ik geloof dat technologie een grote impact kan hebben bij het oplossen van het tekort aan zorgprofessionals"

Technologie kan inderdaad een enorm verschil maken, vertelt Martijn Boekhoff. Hij is docent Zorgtechnologie en Innovatie aan de opleiding Gezondheidstechnologie bij Avans Hogeschool in Breda. “Ik geloof dat het een grote impact kan hebben bij het oplossen van het tekort aan zorgprofessionals. Kijk naar de bankensector. Internetbankieren heeft de dienstverlening écht veranderd, en er kan met minder bankmedewerkers méér gedaan worden. Voorlopig gaat het nog niet om robots die allerlei zorg verlenen. Wel kunnen we met technologie de logistiek rond de zorg veranderen. Dat wil zeggen dat, net als bij internetbankieren, cliënten met hulp van technologie thuis steeds meer zelf kunnen wat zorg betreft. Bijvoorbeeld met digitale hulp op afstand door professionals.”

Algoritme schat valgevaar in

Ook Dirk Lukkien van kennisorganisatie Vilans denkt dat technologie een groot verschil maakt in de sector zorg en welzijn. Hij is onderzoeker op het gebied van de toenemende rol van data en AI in de zorg. Dirk doet ook promotieonderzoek naar verantwoorde innovatie op het gebied van AI in de langdurige zorg. “Wat verwachten we ervan? Wat zijn mogelijke bij-effecten? Hoe maken we het op een verantwoorde manier onderdeel van onze zorgpraktijk? Dat zijn vragen waar ik me mee bezighoud.”

Dat onderzoek is hard nodig, want het gaat snel met het gebruik van AI door zorgverleners. Voorheen draaide zorgtechnologie vooral om losstaande apparaten zonder internetverbinding. Tegenwoordig draait het steeds meer om software en systemen die met elkaar verbonden zijn en data op een nuttige manier analyseren. Dirk: “Denk aan tools om scans te controleren, aan informatiesystemen die melden wanneer een cliënt afwijkend gedrag vertoont en aan robots. Dat hoeven niet per se fysieke robots te zijn die letterlijk iemand wassen of gezelschap houden. Die zijn nu nog heel duur om te ontwikkelen. Het gaat net zo goed over digitale robots, die cliënten en zorgmedewerkers ondersteunen van achter het laptopscherm. Het registreren van gegevens gaat steeds vaker spraakgestuurd, zodat je ze als zorgprofessional niet handmatig hoeft in te voeren. Ze zijn zo makkelijker te rapporteren bij de cliënt en ook beter wat betreft spelling en taalgebruik.” 

Zulke oplossingen worden in de langdurige zorg de afgelopen jaren steeds meer gebruikt, vervolgt Dirk. “En als zorgverleners met zulke hulpmiddelen gegevens beter gaan vastleggen, kunnen ze daar ook vaker en beter AI op ‘loslaten’. Stel, uit data blijkt dat een thuiswonende oudere al een tijd onrustiger is in de nacht en de loopsnelheid van die persoon neemt af. Dat kan duiden op een verhoogd valgevaar. Een algoritme kan op basis hiervan, en wat het verder weet over die persoon, een persoonlijke aanpak voorstellen om het risico op vallen te verkleinen.”

‘We denken dat we in de zorg bijzonder zijn’

Technologie lijkt dus veel problemen in de zorg op te kunnen lossen of in ieder geval verlichten. Maar in de praktijk blijkt het lastig voor de sector om bestaande technologie ook daadwerkelijk te gebruiken. Veelgehoorde redenen daarvoor: zorgprofessionals en -organisaties voelen niet genoeg de noodzaak of ze weten er te weinig van. Ook zijn gegevens vaak versnipperd of helemaal niet opgeslagen en werken instellingen niet genoeg samen om technologie op grote schaal toe te passen en van elkaar te leren op dat gebied. 

“In de zorg denken we dat we heel bijzonder zijn. Heel anders dan bedrijven als McDonald’s of de NS. Want bij ons gaat het om mensenlevens. Dus alle hulpmiddelen die we gebruiken moeten 100 procent bewezen veilig zijn. Anders gebruiken we ze niet. Maar heel eerlijk: veel zorg gáát helemaal niet over mensenlevens.” Aan het woord is Joris Arts. Hij is zorginnovatie-expert en schrijft hier geregeld over op Ode aan de Zorg. Joris bezoekt bedrijven en instellingen om te kijken wat de zorg van hen kan leren.

“Het is belangrijk dat iemand zegt: ‘We gaan het wél doen!’"

“Neem bijvoorbeeld de mogelijkheid om online een afspraak te maken. Iets wat in andere sectoren al jaren heel gewoon is. In de zorg ondertussen ook, gelukkig. Maar een tijd geleden was het doodnormaal om te zeggen: ‘Dat doen we niet, want dan komen mensen die een afspraak willen voor een uitstrijkje niet bij de juiste persoon terecht.’ Er was altijd wel een reden om het niet te doen. Maar een afspraak die niet juist is ingeboekt, is geen zaak van leven of dood. Dus het is belangrijk dat iemand zegt: ‘We gaan het wél doen!’ Anders krijgen we het niet voor elkaar dat dingen veranderen.”

Zorgprofessionals helpen met ideeën

‘Een passief kritische houding ten opzichte van kunstmatige intelligentie doet patiënten tekort’, schreef intensive care-arts en medisch dataspecialist Arjen Mol eind vorig jaar in de Volkskrant. Maar hoe kan de zorg wél optimaal profiteren van snel ontwikkelende technologie en AI? Dirk: “Organisaties moeten beter gaan nadenken en meer kennis tot zich nemen. Wat kan er allemaal kan met AI-ondersteunde en datagedreven zorg? Met welke risico’s moeten we rekening houden? Nu ontbreekt vaak een samenhangende visie: wat willen we als organisatie bereiken, hoe kunnen AI en technologie ons daarbij helpen en van welke bijeffecten willen we wegblijven? Als zo’n visie er wel is, kan die dienen als kapstok bij het maken van keuzes en het uitproberen van nieuwe dingen. En helpen bij een grotere bewustwording op de werkvloer van de kansen die er zijn.”

Joris: “En zorgprofessionals die kansen en oplossingen zien, moet je stimuleren om daar iets mee te doen. Bijvoorbeeld door het instellen van innovatieteams die mensen helpen om hun idee werkelijkheid te maken. Want de gemiddelde zorgverlener is niet opgeleid om een business case te schrijven, en weet niet welke nieuwe technologie precies beschikbaar is. Daar kan zo’n team bij helpen. En dat stimuleert ook anderen weer om met ideeën te komen. Zo word je als organisatie een vruchtbare weide waarin initiatieven van medewerkers tot bloei kunnen komen.”

Daarnaast is het dus belangrijk dat gegevens goed beschermd zijn, maar ook breed toegankelijk en makkelijk bruikbaar voor bijvoorbeeld AI-toepassingen. Docent Martijn Boekhoff: “Het was lange tijd gebruikelijk dat een leverancier van technologie alle informatie binnen zijn eigen omgeving hield. Gelukkig zie ik nu steeds vaker dat ze in het ontwerp meenemen dat hun oplossing moet kunnen samenwerken met andere systemen.”

Makkelijker bijscholen

Moeten zorgopleidingen ook niet beter gaan voorsorteren op een toekomst met meer technologie op de werkvloer? Martijn: “Dat doen we al. Kijk maar naar het bestaan van onze opleiding Gezondheidstechnologie. Vanaf jaar 1 werken onze studenten intensief samen met bedrijven en instellingen aan belangrijke vraagstukken in zorg en welzijn. We betrekken daar studenten van andere zorgopleidingen bij, maar ook technische studenten van bijvoorbeeld Mechatronica, die robots maken, en Technische Bedrijfskunde. Die kunnen een deel van hun studietijd besteden aan zorgtechnologie. We doen onderzoek in onze Centres of Expertise, waarbij we partners uit de praktijk betrekken en hen bruikbare oplossingen bieden voor uitdagingen waar ze tegenaan lopen. En natuurlijk biedt Avans, net als andere hogescholen, de mogelijkheid om een ‘leven lang te leren’. Je kunt jezelf als zorgprofessional steeds makkelijker bijscholen, ook op het gebied van zorgtechnologie.”

Al met al kansen genoeg dus. Nu nog de wil vanuit de zorg om ze te grijpen. Dirk: “Je ziet dat de sector, en eigenlijk de hele maatschappij, best zwart-wit denkt over de impact van zorgtechnologie: óf het gaat de zorg helemaal redden, óf we worden er te afhankelijk van, we worden er zelf minder slim van en individuen of groepen mensen worden er minder eerlijk door behandeld en de zorg wordt minder menselijk. De waarheid ligt zoals zo vaak in het midden. Het is voor ons de uitdaging om er op een eerlijke en genuanceerde manier over te praten, en aandacht te hebben voor kansen én uitdagingen.”

Martijn: “De zorg is een gigantische olietanker die je niet zomaar even bijstuurt. Laten we beginnen met slim samenwerken en gezamenlijk goede afspraken maken over de inzet van innovaties. Alleen dan gaat het ons lukken om de belofte van de technologie waar te maken.”

Volgende maand in deel 2: een toekomst in het teken van zorgtechnologie: dit betekent dat voor jou als zorgprofessional.

Lees ook:

Search