Pensionado over zorg toen en nu

Een half jaar geleden hangt Jan Kleef zijn verpleegjasje aan de wilgen. De dan 65-jarige zzp’er gaat met pensioen. Wat maakte hij zoal mee in die bijna vijftig jaar arbeid, waarvan zo’n veertig als zorgverlener?

Jan kan mooi vertellen over de zorg van vroeger en nu. De verpleegkundige maakt graag een praatje. Vanaf dag één als zorgverlener bezit hij die eigenschap al. Wat hem opvalt als Jan teruggaat in de tijd? “Als zeventienjarige leerling kwam ik op de afdeling ‘interne’ terecht waar 22 bedden stonden en het doorgaans stil was. Ik moest daar ook veel poetsen, zoals bedden en kastjes soppen – tegenwoordig gebeurt dit op een centrale plek. Al snel raakte ik met de patiënten in gesprek. Gewoon, omdat we dat leuk vonden.”

Maar de hoofdzuster, een non, zit niet op de sociale verpleger Jan te wachten, maar op een hardwerkende leerling die alleen doet wat hem is gevraagd. “U moet werken, zei ze tegen mij. Ik ging met haar in discussie omdat een gesprek met een patiënt mij net zo belangrijk leek en nog altijd lijkt. Maar voor haar was dit uit den boze.”

Ook nu luistert Jan, die vooral als wijkverpleegkundige door Brabant croste, nog graag naar de zorgvragers. Maar hij merkt dat daar weinig tijd voor is, omdat voor iedere cliënt een x-aantal minuten staat. “Ik denk dat meer aandacht het herstelproces verbetert,omdat je precies weet wat de mensen willen.”

De tijd zit Jan soms in de weg. Zeker als hij ergens voor het eerst komt. Dan moet hij zich eerst inlezen om te weten wie de zorgvrager is en wat diegene voor zorg nodig heeft. Daarna is het zaak, zoals Jan het zo mooi verwoordt, om contact te maken. “Je gaat niet meteen aan iemands arm plukken. Eerst even kennismaken, maar daardoor loop je mogelijk uit.”

Andere zorg

Zijn laatste arbeidsjaren slijt Jan als wijkverpleegkundige. Vergeleken met zijn beginjaren ligt daar ook een groot verschil ten opzichte van de huidige zorgverleners met dit zorgprofiel. “Wat nu een verzorgende is, was aan het begin van mijn carrière een wijkverpleegkundige. Als die bij mensen thuiskwam, hoefde de verpleger gewoonlijk geen ingewikkelde zorg te verlenen, omdat de zorgvrager al in het ziekenhuis was geholpen. De patiënt ging dan naar huis om te revalideren.”

Een wereld van verschil met deze tijd, omdat mensen eerder uit het ziekenhuis worden ontslagen, en daarbij blijven mensen steeds langer thuis wonen. Dat maakt de zorgvraag in de thuissituatie ook complexer. “Dat maakt voor mij de wijkverpleging zo leuk omdat je nooit weet wat achter elke voordeur schuilt; tenzij je vaker bij dezelfde mensen komt natuurlijk.” 

Ook de wondverzorging, vooral de visie, is anders dan dik veertig jaar geleden. Waar vroeger de wond tweemaal per dag wordt verschoond, daar kan het tegenwoordig eens in de vijf dagen zijn. “Bij het vervangen van het verband kan je de wond weer opentrekken en moet deze dus opnieuw helen.”

‘Is dit het?’

Nu Jan met pensioen is, mist hij de contacten met de cliënten en patiënten. Maar eenzaam voelt de ex-zzp’er, die alleen woont, zich zeker niet. Wel moet hij nog wennen aan het idee dat niks moet en alles mag. “Je doet wat rustiger aan, staat wat later op (rond 8u in de ochtend, red.) en neemt overal meer tijd voor.”

De ex-zelfstandige krijgt zijn dagen wel om, maar kan niet zeggen dat hij écht heeft uitgekeken naar zijn pensioen. “Is dit het? denk ik weleens. Als het zo doorgaat, kan ik mijn leven niet bepaald opwindend noemen, haha.”

17 juli 2018

Nieuwsbrief

Bedankt voor het inschrijven voor onze nieuwsbrief. Vanaf nu zullen we je op de hoogte houden omtrent het laatste nieuws van PIDZ.