Van VAR naar DBA naar webmodule

Zelfstandig zorgprofessionals vormen als flexibele schil al jaar en dag een belangrijke groep in de zorg om zorgteams op specifieke gebieden te ondersteunen en te ontlasten. Toch is er in al die tijd nooit duidelijkheid gekomen over de precieze aard van de arbeidsrelatie tussen zzp’er en opdrachtgever. Verschillende wijzen om deze arbeidsrelatie te reguleren en te toetsen passeerden de revue.

Een korte terugblik
In eerste instantie was er de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie). Met een geldige VAR-WUO kreeg de opdrachtgever de garantie dat de relatie met de opdrachtnemer nooit als een dienstverband aangemerkt zou worden. Met het beantwoorden van enkele vragen over de aard van de werkzaamheden, inkomsten en werkwijze, verkreeg de zzp’er de VAR-WUO en overhandigde deze aan de opdrachtgever bij het aannemen van een opdracht.

Omdat de garantie ‘buiten dienstverband’ tot allerlei schijnconstructies leidde, besloot het kabinet de VAR te vervangen door de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). In de Wet DBA werden zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor het in een overeenkomst vastleggen van de arbeidsrelatie die aangegaan werd. Die overeenkomsten werden ‘modelovereenkomsten’ genoemd. Deze overeenkomst draaide om drie criteria: de verplichting tot persoonlijke arbeid, de gezagsverhouding en loon. De Wet DBA bracht veel onzekerheid met zich mee, omdat opdrachtgevers niet langer de garantie ‘buiten dienstbetrekking’ kregen. Als gevolg werd de handhaving ervan opgeschort en heeft het kabinet inmiddels besloten de Wet DBA te vervangen door de webmodule.

Webmodule
Over de webmodule wordt al jaren gesproken, maar deze is – met een jaar uitstel – nu echt aangekondigd: per 1 januari 2021 moet de webmodule in werking zijn. Deze webmodule is een online vragenlijst waarmee wordt bepaald of een opdracht wordt gezien als buiten dienstbetrekking. Dit gebeurt op basis van drie objectieve criteria: het uurtarief, de duur van de opdracht en de aard van de werkzaamheden. Tot zover zijn er weinig verschillen met de voorgangers VAR en DBA. Toch zijn er weldegelijk belangrijke verschillen. Met de online vragenlijst verschuift de verantwoordelijkheid over het inzicht geven in de arbeidsrelatie volledig naar de opdrachtgever. Daarnaast besluit een algoritme achter de webmodule automatisch of de opdracht buiten dienstbetrekking uitgevoerd kan worden.

Drie criteria
Aard van de werkzaamheden
Hierbij maakt het kabinet onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Ook de gezagsverhouding tussen zzp’er en opdrachtgever is onderdeel van dit criterium. De achterliggende gedachte: een zzp’er wordt doorgaans ingezet voor niet-reguliere bedrijfsactiviteiten, krijgt dus een specifieke opdracht en valt niet onder het gezag van een leidinggevende op de werkvloer. Het is echter niet zo zwart-wit: ook reguliere bedrijfsactiviteiten kunnen buiten dienstbetrekking uitgevoerd, zo lang er een gelijkwaardige relatie bestaat tussen de zzp’er en opdrachtgever en de zzp’er ruimte heeft voor eigen inbreng.

Uurtarief en duur van de opdracht
Voor zzp’ers met een uurtarief boven de € 75,- hoeft geen webmodule ingevuld te worden, tenzij er reguliere bedrijfsactiviteiten voor een periode langer dan een jaar worden uitgevoerd. Met een uurtarief onder de € 18,- vallen de activiteiten vanzelfsprekend binnen een dienstverband, met als uitzondering wanneer een zzp’er niet-reguliere bedrijfsactiviteiten uitvoert voor een periode korter dan drie maanden. Voor de groep zzp’ers met een uurtarief tussen de € 18,- en € 75,- bepaalt de webmodule of de betreffende werkzaamheden, ongeacht of deze regulier of niet-regulier zijn, binnen of buiten dienstbetrekking vallen.

De vraag is echter of het instellen van een minimum uurtarief niet tegen Europese regelgeving ingaat. Het gaat hierbij om de Europese mededingingswet, die verbiedt dat ondernemers – en dus ook zzp’ers – prijsafspraken maken. Het ministerie van SZW is hierover nog steeds in gesprek met de Europese Commissie en het is niet duidelijk wanneer hier uitsluitsel over komt.

Investeer in jezelf
Belangrijk is dus, kijkend naar het criterium aard van de werkzaamheden, om als zzp’er aan te tonen dat je ondernemer bent en anders dan een zorgprofessional in loondienst. Binnen een opdracht bij een zorginstelling is het dus aan te raden duidelijke afspraken te maken over de te verrichten werkzaamheden. Heb het niet meer over taken, maar leg bijvoorbeeld doelstellingen vast. En zorg ervoor dat je niet standaard deel uitmaakt van het team, door bijvoorbeeld niet aan te sluiten bij teamuitjes en -overleggen of bedrijfskleding van de zorginstelling te dragen.

Buiten de opdrachtspecificaties liggen er ook meerdere mogelijkheden om aan te tonen dat je een ondernemer bent en jezelf te onderscheiden van zorgprofessionals in loondienst. Bijvoorbeeld door jezelf (bij) te scholen en specialist te worden op een bepaald gebied. Zo kun je ervoor zorgen dat je bepaalde opdrachten krijgt die niet binnen een vast zorgteam ingevuld kunnen worden.

Het behalen van het HKZ-certificaat is een andere mogelijkheid die eraan bijdraagt om gezien te worden als zelfstandig ondernemer. Onderdeel van dit certificeringstraject zijn namelijk kwaliteitsmanagement, het ontwikkelen van een visie en het stellen van doelen. Kortom, werk maken van je ondernemerschap. Voor de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) geldt hetzelfde; als je als solistisch werkende zorgverlener voldoet aan de eisen die deze wet stelt – ‘het opzetten van een kwaliteitssysteem’, ‘hoe om te gaan met klachten’, ‘het leren van incidenten’ en ‘overige wettelijke verplichtingen’, dan bevordert dat je ondernemerschap.

Vergeet daarnaast ook niet dat je als zelfstandig ondernemer inkomsten moet halen uit meerdere opdrachtgevers, en dat de inkomsten redelijk verdeeld moeten zijn over deze opdrachtgevers. Zo toon je aan dat je niet financieel afhankelijk bent van één opdrachtgever en er dus geen sprake is schijnzelfstandigheid. Dit was bijvoorbeeld voor het gerechtshof in Arnhem, naast het feit dat er ruimte was om eigen visie en expertise in te brengen, reden om vast te stellen dat er geen sprake was van schijnzelfstandigheid bij de werkzaamheden die Herman den Blijker in een periode van 13 jaar voor RTL verrichtte.

Vervolgstappen webmodule
De ontwikkeling van de webmodule is onlangs de volgende fase ingegaan; 1000 opdrachtgevers zijn gevraagd om deel te nemen aan een pilot. Nadat deze vragenlijsten zijn verwerkt, wordt een kortere vragenlijst ontwikkeld. Deze vragenlijst wordt vervolgens weer getest om vast te stellen wat de foutmarge is en in hoeveel gevallen geen opdrachtgeversverklaring kan worden afgegeven. Brancheorganisatie SoloPartners werkt samen met PZO (Platform Zelfstandige Ondernemers) en zij verwachten een pilot in de zorg te kunnen draaien. PIDZ wordt nauw betrokken bij de voortgang van deze pilot.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, staatssecretaris Snel van Financiën en staatssecretaris Keizer van Economische Zaken komen vóór de zomer met een voortgangsbrief over de nieuwe regels. Wij houden deze ontwikkelingen samen met SoloPartners nauwlettend in de gaten.

Meer weten wat de vervolgstappen zijn? Of wat de webmodule voor jou kan betekenen in de toekomst? Kom dan naar PIDZ Plus op 30 oktober of 6 november: https://pidz.nl/pidzplus/

2 september 2019

Nieuwsbrief

Bedankt voor het inschrijven voor onze nieuwsbrief. Vanaf nu zullen we je op de hoogte houden omtrent het laatste nieuws van PIDZ.