Wetgeving en zzp’ers in de zorg: wat kun jij zelf doen?

In onze eerste PIDZ Update las je eerder dit jaar in vogelvlucht over (de voorgeschiedenis van) de wet DBA, de webmodule en wat jou als zzp’er in de zorg te wachten staat. Het belangrijkste advies van de experts: zorg ervoor dat het ondernemerschap duidelijk naar voren komt. Hier zijn zowel de zzp’ers als zorginstellingen samen verantwoordelijk voor.

Veranderde toon in de politiek

Zzp’ers in de zorg hebben de afgelopen periode onder een vergrootglas gelegen. Niet alleen politici, maar ook belangenorganisaties en experts lieten zich horen. Dit begon met een hard geluid vanuit de politiek, omdat minister de Jonge af wil van zzp’ers in de zorg. Sinds de Kamerbrief ‘Flexibilisering arbeidsmarkt in de zorg’ is de aangeslagen toon een stuk genuanceerder. Deze brief is gepubliceerd in aanloop naar het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 13 februari van dit jaar.

Als zzp’er blijft het advies om serieus bezig te zijn met jouw ondernemerschap in de zorg. In de loop van dit jaar is er al meer naar buiten gekomen over de exacte criteria die in de webmodule worden getoetst. Duidelijk is dat goed ondernemerschap hierin de rode draad vormt.

Gezagsverhouding

Wat is goed ondernemerschap eigenlijk? Dit is een heel breed begrip. Maar de kern van de boodschap is als volgt: je bent zelf verantwoordelijk voor zowel je onderneming als je gedrag op de werkvloer. Wat dat laatste betreft is elke vorm van gezagsverhouding, en het voorkomen ervan, een belangrijk doel. De Belastingdienst kiest vijf relevante elementen om gezagsverhouding te beoordelen. Deze elementen geven dus handvatten voor hoe de verhouding tussen de zorginstelling als opdrachtgever en jou als opdrachtnemer zouden moeten zijn. Het gaat om:

  • leiding en toezicht;
  • vergelijkbaarheid personeel;
  • werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen;
  • manier waarop de opdrachtnemer naar buiten treedt;
  • overige relevante aspecten.

Leiding en toezicht

Hierbij kijkt de Belastingdienst naar de invloed van de opdrachtgever op de manier waarop de opdrachtnemer, de zzp’er, zijn werkzaamheden uitvoert. Wanneer de opdrachtgever aanwijzingen geeft die opgevolgd moeten worden en deze instructies gaan verder dan het bepalen van het doel van de opdracht, dan wijst dit op een gezagsverhouding. Denk hierbij aan: instructies over hoe bepaalde werkzaamheden verricht moeten worden. Maak het bespreekbaar met de opdrachtgever als je merkt dat dit gebeurt op de werkvloer.

Vergelijkbaar personeel

Hierin staat de verhouding tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer centraal. In hoeverre komt dit dan overheen met het personeel dat in loondienst werkt. De inhoud van je opdracht is hierbij bijvoorbeeld van belang: voer om een gezagsverhouding te voorkomen niet dezelfde taken uit als een medewerker in loondienst, maar houd je aan de opdrachtomschrijving en breng unieke kennis in met de expertise die je hebt. Zorg er ook voor dat je niet meedraait in het normale proces van de opdrachtgever, zoals teamuitjes, functioneringsgesprekken, (verplichte) trainingen en cursussen.

Werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen

Bij dit onderdeel is het van belang in hoeverre de opdrachtnemer zelf werktijden en de locatie van de werkzaamheden kan bepalen. Ook wordt gekeken naar de invloed die de opdrachtgever heeft op het gebruik van materialen en hulpmiddelen. Er zijn uitzonderingen. Als de aard van het werk met zich meebrengt dat de opdrachtnemer op een bepaalde locatie of op een bepaald tijdstip werkt. Dit geldt vaak voor de zorg. Als zzp’er geef je richting de Belastingdienst een positief signaal af als je, indien mogelijk, gebruikmaakt van je eigen materialen.

Manier waarop de opdrachtnemer naar buiten treedt

Hierbij kijkt de Belastingdienst naar de positie van de opdrachtnemer in de organisatie van de opdrachtgever. Moet je bedrijfskleding dragen of mag je je eigen werkkleding dragen? Werk je voor de opdrachtgever of mag je zeggen dat je zelfstandig ondernemer bent? Als er signalen zijn dat de opdrachtnemer onderdeel uitmaakt van de organisatie is de kans groter dat er sprake is van gezagsverhouding.

Overige relevante aspecten

Ook kan de Belastingdienst nog andere zaken meenemen in de overweging of er een gezagsverhouding bestaat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo verwachten zij dat je als zzp’er aansprakelijk bent voor risico’s. Bijvoorbeeld voor de schade die je veroorzaakt door een fout of het zorgen voor een eigen buffer bij ziekte. Ook mag de opdrachtgever geen invloed uitoefenen op de opdrachten die de zzp’er aanneemt.

En belangrijk is dat de beloning van de zzp’er anders is dan die van medewerkers in loondienst. Het mag bijvoorbeeld geen vergoeding zijn voor opleiding of reiskosten. De opdrachtgever betaalt een totaalbedrag voor een afgebakende opdracht.

Totaalplaatje

Controleert de Belastingdienst op het al dan niet bestaan van gezagsverhouding, dan bekijkt de fiscus bovenstaande punten. Het gaat vooral om het totaalplaatje: wanneer je één aspect niet beheerst, is gezagsverhouding niet meteen bewezen. Maar hoe meer dit er zijn, hoe groter de kans dat de Belastingdienst wél gezagsverhouding vaststelt. Op de website van de Belastingdienst vind je in het Handboek Loonheffingen nog meer voorbeelden, indicaties en contra-indicaties van een gezagsverhouding.

Vragen

Heb je nog vragen over dit onderwerp? Stel deze dan gerust via ons e-mailadres: vragenoverdba@pidz.nl. Wil je de whitepaper nog eens in zijn geheel doornemen? Deze vind je hier terug.

22 september 2020

Nieuwsbrief

Bedankt voor het inschrijven voor onze nieuwsbrief. Vanaf nu zullen we je op de hoogte houden omtrent het laatste nieuws van PIDZ.